Nadine: Marokko

Zinderende zandstormen, blauwe gewaden, kamelen en liters zoete thee: mijn leven voor de aankomende maanden. Of toch niet?

Aan de rand van de woestijn, in Zuidoost-Marokko, wonen mensen wiens voorouders Bedoeïenen waren. Ik ga onderzoeken hoe zij aankijken tegen hun ‘Bedoeïen zijn’.  Zien deze mensen zichzelf nog steeds als woestijnnomaden, al trekken ze niet meer rond? Dragen ze de blauwe gewaden ook dagelijks of alleen voor toeristen? Via deze blog deel ik de mijn woestijnleven. En wellicht is dit leven minder ‘traditioneel’ dan ik vermoed…

Blog: Het verleden in het nu

Geplaatst op 3 april 2013

Afstand maakt plaats voor reflectie. Nu ik weer terug in Nederland ben, heb ik meer ruimte in mijn hoofd om terug te kijken op mijn ervaringen in Tiharien. Zo werkt het, toch? Terugdenkend aan de momenten in het kleine dorp in de woestijn, heb ik het gevoel dat die herinneringen niet van mij zijn. Alsof het filmfragmenten zijn die ik vanaf de bank heb bekeken. En toch hoef ik alleen naar mijn door henna gekleurde vingernagels te kijken om te beseffen dat ik echt aan de rand van de Sahara heb geleefd.

Hoewel ik me al weken op het afscheid aan het voorbereiden was, kwam het alsnog snel en onverwachts. Het ene moment was ik thee aan het drinken met de zus van mijn gastmoeder, het volgende moment zat ik in de bus die me steeds verder weg bracht van Merzouga. Het beeld van mijn geëmotioneerde gastfamilie bleef op mijn netvlies hangen en het kostte behoorlijk wat kilometers voordat de knoop in mijn buik minder werd.

Die knoop werd niet alleen veroorzaakt door een gevoel van missen. Mijn onderbuik vertelde me dat ik mijn gastfamilie in de steek liet, en het stak dat zij niet zo gemakkelijk de wereld in konden trekken als ik. Toen zusje Zahra me voor de zoveelste keer duidelijk had gemaakt dat ik terug moest komen, samen met mijn familie, wilde ik haar dezelfde gastvrijheid schenken en zei dat ze altijd welkom was in mijn huis. Wetend dat de kans dat ik haar in Nederland mag ontvangen ontzettend klein is.

Hoewel ver reizen meestal (nog) niet mogelijk is, is er de afgelopen decennia veel veranderd in de levensstijl van de mensen in Zuidoostelijk Marokko. Zoals ik in mijn vorige blog schreef, hebben veel nomaden zich gevestigd in dorpen met elektriciteit en stromend water. In plaats van hele dagen te besteden aan het bereiden van voedsel en vee hoeden, is er nu meer tijd over voor ontspanning. Vaak bij de televisie en, in het geval van jongere mannen, op het internet. De over de kale vlaktes rondscheurende brommers laten zien dat ezels een minder belangrijke rol hebben; ze zijn nu veelal huisdieren die zo nu en dan aan het werk gezet worden, in plaats van de vaste vervoersmiddelen van mens, voedsel en materiaal.

Toch is er ook nog veel hetzelfde als in het nomadenleven. Het bakken van het brood in kleiovens, het weven van kleden en de waarde die gehecht wordt aan bruiloftsvieringen zijn hier enkele voorbeelden van. Maar ook het geloof in natuurlijke geneesmiddelen, wat groter lijkt dan het vertrouwen in ziekenhuizen. De relatie met de natuurlijke leefomgeving inspireerde me; het leven in Tiharien vindt voor een groot deel buiten plaats en de natuur voorziet mensen direct van essentiële materialen, zoals hout. Maar ook dit verandert, bijvoorbeeld door het gebruik van gasflessen en door huizen te bouwen van cement in plaats van met natuurlijke materialen. Daar staat tegenover dat het nu in de mode is om de binnenmuren met een mengsel van hooi en klein te behandelen, terwijl 20 jaar geleden felgekleurde gepleisterde muren mooier werden gevonden.

Een aspect van zowel van het heden als het verleden is dat het bereiden van voedsel de hoofdtaak van de vrouwen is. Als ik mensen in Nederland vertel dat brood daar elke dag zelf gebakken wordt – zonder broodbakmachine – en dat het maken van couscous uren kost in plaats van de vijf minuten die wij eraan besteden, wordt dit vaak niet helemaal begrepen. Waarom al die moeite als het ook snel kan? Als ik vervolgens uitleg dat in Tiharien veel waarde wordt gehecht aan langzaam bereid voedsel, omdat het juist de tijd is wat het gezond en lekker maakt, besef ik dat ik deze visie wel begrijp. En dit begrip, samen met mijn gekleurde vingernagels, doet me realiseren dat ik echt in een woestijndorp heb gewoond.


Blog: De harde kant van de Sahara

Geplaatst op 11 maart 2013

Voor mijn onderzoek duik ik regelmatig in de rol van een toerist. Aangezien veel toeristen Merzouga bezoeken om één of meerdere nachten in de zandduinen door te brengen, moet ik dat ook. En iedere keer als ik in de oase gewekt worden door tientallen vogeltjes en de immense rust van de ochtendgloren ervaar, besef ik hoeveel geluk ik heb daar te zijn. Alleen is de woestijn niet altijd vriendelijk voor haar bezoekers en bewoners. Zoals velen me al vertelden, is het vooral de wind die het nomadenleven zo zwaar maakt.

Afgelopen week heb ik de hardheid van Sahara zelf mogen ervaren. Samen met studiegenootje Najat en haar vriendin ging ik voor een dag de duinen in om te lunchen in de oase. De weervoorspelling beloofde niet veel goeds, maar aangepast aan de gedachtegang van hier wilde ik daar niet teveel op vertrouwen. Echt windstil is het hier niet vaak. Gedurende de ruim twee maanden die ik hier verblijf stond er regelmatig een lichte, prettige wind, en was er eenmaal een bescheiden zandstorm. De bewuste ochtend waaide het behoorlijk, maar we besloten ons hierdoor niet tegen te laten houden; begeleid door twee kamelen en het broertje van Ahmed trokken de drie stadsmeisjes de duinen in.

In deze droge regio is regen niet negatief maar een zege. En als de wind woedend aan je lichaam trekt, zand in je kleren gooit en zien bijna onmogelijk maakt, ben je heel blij met elke druppel regen die het zand minder doet opstuiven. Omdat er door het slechte zicht nauwelijks oriëntatiepunten waren raakten we bijna de weg kwijt. Uiteindelijk, met prikkende ogen en vermoeide lichamen, arriveerden we na een wandeling van ruim drie uur in de oase. Van de lunch konden we nauwelijks genieten; de aan onze tent rukkende wind maakte de zorgen om de terugtocht te groot.

Deze oase is een groene plek midden in het duingebied ‘Erg Chebbi’ en bestaat uit meerdere kampen voor toeristen. Zoals Ahmed vertelde, werd deze oase vroeger bewoond door families. Vaak geeft de woestijn me een nietig en bevrijdend gevoel; het is een plek waar ik rust vind. Dat nietige was er nu ook, maar in plaats van bevrijd voelde ik me ingesloten en bedreigd door de natuur. Gelukkig hadden wij een plek om naar terug te gaan; een comfortabel huis met een warme douche, een bed en goed eten. De nomaden van vroeger hadden geen keuze en waren iedere dag overgeleverd aan de grillen van moeder natuur. Hun hoofdzakelijke bezigheden, eten bereiden en vee hoeden, gebeurden buitenshuis en waren onmogelijk in een zandstorm. De enige optie voor hen was afwachten in de krappe tent en met de hele familie teren op gespaarde dadels.

Steeds minder mensen leiden een nomadisch bestaan, waardoor dorpen zoals Merzouga en Tiharien snel groeien. Een belangrijke oorzaak hiervoor is het droger wordende klimaat, met als gevolg een schaarste van ‘groene plaatsen’ en dus te weinig eten voor de schapen, geiten en kamelen, terwijl vee hét middel van bestaan is voor nomaden. Maar er zijn meer redenen om te vestigen. Zoals ontkomen aan het ‘harde leven’, waarin er nooit genoeg te eten is en de wind je grootste vijand vormt. Nu ik deze vijand zelf in de ogen heb gekeken begrijp ik de behoefte om het vrije nomadenbestaan op te geven stukken beter.

Hoe onze barre woestijntrip afliep? De terugtocht vanaf de oase was met meer regen en dus met minder zand en beter zicht. In het dorp werden we door de bezorgde familie verwelkomd met dekens. En na een heerlijke douche gevolgd door een feestmaal van couscous, keken we met prikkende ogen trots terug op dit avontuur.


Blog: Zelfgemaakt brood en zandduinpraatjes

Geplaatst op 16 februari 2013

Mijn voorgaande blogs gingen vooral over het wennen aan het leven in Tiharien en hoe het voor mij is om in een klein dorp onderzoek te doen. Een andere wereld, zo omschreef ik het. Maar hoe ziet deze ‘wereld’ er eigenlijk uit? Wat doen mensen hier, dag in, dag uit?

In de vijf weken die ik nu in Tiharien leef, heb ik een beeld gekregen van het dorpsleven, en dan voornamelijk door samen te zijn met mijn gastgezin. Om eerlijk te zijn, begint mijn dag meestal wat later die van hun. Als ik samen met hen ontbijt, is dat met brood van de vorige dag, olijfolie, olijven en thee. Vervolgens gaan de jongste kinderen naar school, beginnen de oudste dochter en moeder Fatima met het huishouden en gaat vader Hassan aan het werk, mits hij werk heeft voor die dag.

Werk vinden in de omgeving van Merzouga is niet gemakkelijk. Met enkel uitzonderingen werken de jongere mannen in het toerisme. Dit betekent voor sommigen een baan in een hotel, maar voor velen losse klussen als gids of kamelenjongen. Deze baantjes zijn erg seizoensafhankelijk; na de piek rond de jaarwisseling was het in januari heel rustig, maar nu neemt het werk weer toe en in maart begint het hoogseizoen. Maar ook indirect zorgen toeristen voor werk; zoals voor een vriend van Ahmed, die zichzelf computervaardigheden heeft aangeleerd en onder andere Ahmed’s nieuwe website heeft gemaakt. Hassan, mijn gastvader, werkt in de bouw, zoals veel oudere mannen in de omgeving.

De dagelijkse bezigheden van vrouwen zijn niet afhankelijk van beschikbaar werk. Hun leven bestaat uit een dagelijkse routine van brood bakken, wassen (zonder machine), schoonmaken en  eten bereiden. Brood wordt met de hand gebakken in een traditionele houtoven van klei. In het huis van de familie Amraoui is dit de taak van Zahra. Zij is de oudste dochter, 23 jaar, maar nog niet getrouwd, wat haar jongere zus Khadisja wel is. ’s Ochtends vroeg wordt het deeg voor de eerste keer gemengd en gekneed, waarna het de tijd krijgt om te rijzen. Vervolgens wordt het een tweede keer gekneed en in gelijke bollen verdeeld, waarna elke bol wordt uitgerold tot een plat rond vlak, vergelijkbaar met een grote pizzabodem. Nadat het deeg een tweede keer heeft gerezen, gaat het mee de ovenruimte in, een aparte ruimte buiten het huis. Sommige huishoudens hebben een eigen oven, anderen delen de ruimte.

Voor mij is het feest als de dames daadwerkelijk ‘pizza’ maken. Dit kan gemaakt worden uit brooddeeg of ander deeg, wat na het bakken in olie veel lijkt op de Hollandse pannenkoek. Deze lekkernij noemen ze ‘pizza Berber’ (of meer specifiek pizza ‘Ishelhien’, zoals Berbers in deze regio zich noemen). Wat het pizza maakt, zijn de fijngesneden groente die in het deeg worden gestopt. Als ik wat later dan de bedoeling uit mijn bedje kom, is het een heerlijk voedzaam ontbijt.

Rond half twee is het tijd voor lunch. Deze maaltijd is elke dag hetzelfde; aardappelen, wortel, ui , tomaat en vlees gegaard met olie in een snelkookpan. We eten dit zittend rondom de lage ronde tafel in de woonkamer, waarbij het versgebakken brood ons bestek vormt. Als alle tafelgenoten voldoende groente hebben gegeten, verdeelt Zahara of Fatima het vlees: iedereen krijgt zijn eigen hoopje en voor wie afwezig is wordt vlees bewaard. Zowel lunch als diner wordt afgesloten met fruit; een part appel, sinaasappel of mandarijn.

Brood maken neemt dagelijks veel tijd in beslag. Het is niet zo dat er geen brood in de buurt te koop is; als het zelfgebakken brood op is, wordt er wat in de winkel gehaald. Maar het brood uit eigen huis is zoals Ahmed zegt ‘more strong’. Het lijkt alsof brood, en de bereiding, belangrijk is voor de mensen in de omgeving, dat het meer dan is dan een voedselbron. Een aantal van de vrouwen uit het dorp gaf aan het bereiden van het brood aan toeristen te willen tonen, als die bij hen op bezoek zouden komen.

Op een namiddag vroegen Zahara en Fatima me of ik hun wilde vergezellen naar de duinen. Gezamenlijk liepen we de paar honderd meter van het dorp naar de rand van Erg Chebbi, het duingebied wat toeristen naar deze regio haalt. Zahara met een haakwerkje in haar hand, terwijl zij en haar moeder me nieuwe woorden leerden. De duinrand is dé plek voor vrouwen (en sommige mannen, maar zij verzamelen zich in het dorp) om te ontspannen aan het einde van de dag. Als de wind rustig is, zie je dan ook veel groepjes vrouwen en kinderen zittend op de gouden zandbergen. Gedrieën zaten we een tijdje te ‘kletsen’, waaronder over de bijzondere Litouwse toerist die op dat moment in hun guesthouse verbleef, toen Fatima’s zus ons riep vanaf een nabijgelegen duin. We voegden ons bij haar en haar kinderen, totdat de zon achter het dorp was gezakt en een indrukwekkende rood-paarse gloed achterliet.

Die avond aten we verse sardines, welke een aantal keer peer week per visbusje naar de dorpen in de omgeving worden gebracht. Geen ‘traditioneel’ maal misschien, maar wel heel lekker. In tegenstelling tot de lunch, is het diner elke dag anders met bijvoorbeeld soep, couscous, salade, omelet of tajine. Enkele dagen geleden heb ik ’s avonds hutspot gemaakt, vooral omdat ik ook een keer voor de familie wilde koken. Ik heb namelijk nog niet veel de kans gekregen om te helpen met het bereiden van maaltijden. Liever wil mijn lieve gastfamilie dat ik veel eet en gezond en blij ben. En daar doen ze hard hun best voor.


Blog: Nieuwerwets veldwerk

Geplaatst op 26 januari 2013

Een aantal van mijn mede-antropologen-in-opleiding heeft me verteld dat ik het ‘echte’, ouderwetse veldwerk doe. Het type onderzoek wat onze antropologische helden 100 jaar geleden ook deden. Hoewel ik voor vertrek snapte waar ze op doelden, namelijk dat ik in een klein dorp ging wonen tussen de mensen die ik onderzoek en niet in een grote, dynamische stad, bevatte ik niet echt wat deze keuze zou betekenen voor mijn dagelijks leven.

Antropologen richten ze tegenwoordig op veel meer dan ‘exotische’ levensstijlen op ‘onontdekte’ plekken. Zo zitten mijn klasgenoten onder andere in Johannesburg, New York, Amsterdam en op het Hollandse platteland. Ook mijn onderzoeksplek is verre van afgesloten: toeristen, televisie, onderwijs en internet zijn belangrijk voor het dagelijks leven in Tiharien. En toch… ben ik somseen beetje jaloers op mijn collega’s die onderzoek doen in bruisende steden.

Afgelopen week was ik zelf in Rabat, de hoofdstad, om te spreken met andere onderzoekers en om even bij te komen van de grote levensverandering die ik heb ondergaan. Want veel waardevols van wat ik thuis in Utrecht wel heb (zoals theaters, filmhuizen, supermarkten vol eten, een verwarmd huis en vrienden en familie), heb ik in Tiharien niet. Rabat is geen Utrecht, maar het leven daar komt een stuk dichterbij het leven dat ik het beste ken.

Mijn wasje voor het Amraoui huisVooral de verschillen in het sociale leven waren confronterend. Want hoewel Ahmed altijd voor me klaar staat, maakt gesprekken voeren met één en dezelfde persoon, dag in dag uit, me een beetje eenzaam. Bovendien ben in verschillende opzichten van hem afhankelijk, wat ik als Hollandse absoluut niet gewend ben. Natuurlijk heeft een nieuwkomer, of het nu in stad of in een afgelegen dorp is, over het algemeen geen bruisend sociaal leven. Veel van mijn klasgenoten hebben ongetwijfeld eenzame momenten gehad. Wellicht juist zij die in grote steden veldwerk doen, aangezien je in een dorp vaak gemakkelijker contact maakt dan in een metropool. Maar contact is niet hetzelfde als een gesprek.

De eerste momenten in Rabat waren dus een verademing. Dit maakte me een beetje bang; wat als ik met veel tegenzin terug zou gaan naar mijn ‘afgelegen’ onderzoeksplek? Maar nu ik weer onderweg naar Tiharien ben, merk ik dat het comfort en bekende van de stad me juist nieuwe energie heeft gegeven om weer naar die onbekende wereld te gaan. Ik besef me hoe bijzonder ik het leven daar vind. Dat dit leven soms complex, oncomfortabel en ongrijpbaar voor me is, maakt het juist bijzonder.

Gekleed in cultureel erfgoedToch doe ik verre van hetzelfde werk als de antropologen van 100 jaar geleden. Het is twaalf uur reizen, maar als ik wil ben ik binnen een dag in een bruisende stad. Op elk moment van de dag kan ik bellen met mensen in Nederland. En misschien nog wel het grootste verschil: ook in een klein dorp aan de rand van de Sahara is internet. Mijn onderzoek is niet te vergelijken met het werk van Margaret Mead, een Amerikaanse antropologe die rond 1930 onderzoek deed op ‘onontdekte’ eilanden in de Stille Oceaan. Zij had geen internet, telefoon, of dagelijkse busverbinding met een stad. Dat dit alles wel onderdeel is van het leven in Tiharien, maakt mijn onderzoek nog interessanter. En mijn dagelijks leven een beetje comfortabeler.


Blog: Verdwaald in de woestijn

Geplaatst op 11 januari 2013

Na een twaalf uur durende busreis door het Atlasgebergte en over eenzame vlaktes zette ik voet in Merzouga. Het was al donker, maar ik herkende Ahmed Amraoui direct. Door eerdere bezoekjes aan deze plek heb ik hem leren kennen als gids voor toeristen. Hij zal een belangrijk persoon voor me zijn de aankomende maanden, zowel in mijn onderzoek als voor dagelijkse praatjes.

Het is bizar om na maanden van plannen, bedenken en dromen wakker te worden in Tiharien: een dorp aan de rand van de Sahara, met slechts 200 inwoners. Hier wonen mensen in een andere wereld dan die ik ken. En direct vragen stellen over hun wereld kan ik niet, omdat we niet dezelfde taal spreken. De eerste dagen werd ik dan ook wakker met een onbestemd gevoel. Wat doe ik eigenlijk? Zal ik hier wel goed onderzoek doen?

Maar uiteraard rees ik mezelf ondanks deze gedachten elke dag uit bed. Ontbeet ik in het zonnetje, sprak met Ahmed over de plannen voor die dag. Ik wandelde, maakte foto’s, bezocht omliggende dorpen en at met de familie Amraoui. Ik observeerde het dagelijks leven met de ogen van een nieuwkomer. ’s Avonds schreef ik, met een dikke winterjas aan en stramme vingers, de nieuwe indrukken op.

Schrijven doe ik nog veel, maar ik merk dat mijn blik al is veranderd. Hoewel ik nog steeds een buitenstaander ben, begin ik langzaam te wennen aan het dorpsleven. De hartelijkheid van de familie Amraoui zorgt ervoor dat ik met plezier samen met hen eet. En dat we weinig woorden kunnen delen, blijkt verrassend genoeg geen belemmering om me op mijn gemak te voelen.

Nog steeds voel ik me regelmatig dwalend. Dwalend in mijn onderzoek, in mijn houding tegenover mensen, in de samenwerking met Ahmed. Toch word ik niet meer wakker met dat onbestemde gevoel. Eerder met een nieuwsgierigheid naar wat de nieuwe dag zal brengen. Ik dwaal graag nog even verder in deze wereld.

Neem hier een kijkje in mijn tijdelijke thuis.