Tussen hulp en handel!

John LindhoutGeplaatst op 16 september 2013.

Het werk van ontwikkelingssamenwerking staat onder druk. De economische crisis, het veranderd sentiment in publiek en politiek en de bescheiden resultaten zijn hier debet aan. In het debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking vernauwt de discussie zich vaak tot de vraag wat beter is: hulp of handel. In haar nota ‘Wat de wereld verdient’ zet de Minister Ploumen een strategie uit van hulp, handel en investeringen in ontwikkelingslanden. Echter, tot nu toe lijkt de praktijk het stimuleren van handel en investeringen, met her en der als flankerend beleid een hulpproject. Hoe kunnen handel en investeringen zo gestimuleerd worden dat het daadwerkelijk inclusief van aard wordt en daarmee ook kansen biedt aan mensen die voorheen van hulp afhankelijk waren? Kan hulp en handel effectief samengaan in één strategie?

In voorjaar van 2013 heb ik antropologisch onderzoek gedaan in Nicaragua bij een organisatie die hulp en handel in één strategie bij elkaar brengt. Een organisatie die een handelsnetwerk heeft gebouwd met boerengroepen waarin handel/investeren in de koffiesector samengaat met lokale ontwikkeling in de gemeenschap. Een handelsnetwerk
wat inclusief wordt gemaakt door expliciete interventies om kleine boeren te laten aanhaken bij de economische ontwikkeling.

image Nicaragua

De documentaire die gemaakt gaat worden met financiering van Vamos Bien zal laten zien hoe het systeem functioneert en hoe de organisatie zich ontwikkeld heeft van donor afhankelijke NGO naar een duurzame handelspartner/financieringspartner. Ook zal de documentaire helder maken dat het balanceren op de scheidslijn tussen hulp en handel de basis is om te komen tot een inclusieve economische ontwikkeling. Een ontwikkeling die kansen biedt aan mensen die met alleen hulp of alleen handel niet vooruit zouden komen.
John Lindhout

 

The making of…’Between trade and aid’, fotoblog
Geplaatst op 10 december 2013

Figuur 1 – Interview met DIrecteur PAC vanuit twee verschillende hoeken.1-INTERVIEW MET DIRECTEUR PAC VANUIT TWEE VERSCHILLENDE HOEKEN

Figuur 2 – Interview op kantoor PAC in Matagalpa2-INTERVIEW OP KANTOOR PAC IN MATAGALPA TERWIJL HET WERK GEWOON DOORGAAT

 Figuur 3 – Voorbereidingen interview op de veranda van de boerderij3-VOORBEREIDINGEN VAN EEN INTERVIEW OP DE VERANDA VAN DE BOERDERIJ IN EL YANKEE

 Figuur 4 – De zoon van boer Claudio bij zijn basisschool4-DE ZOON VAN BOER CLAUDIO BIJ ZIJN BASISSCHOOLFiguur 5 – het avondeten in de ‘keuken’ van de boerderij5-OVERNACHTEN BIJ DE BOER EN HET AVONDETEN IN DE 'KEUKEN' VAN DE BOERDERIJ

 Figuur 6 – Boer Claudio tussen de koffieplanten6-BOER CLAUDIO UIT EL YANKEE TUSSEN DE KOFFIEPLANTEN

 Figuur 7 – Persoonlijk interview met Marlon in El yankee7-PERSOONLIJK INTERVIEW MET MARLON IN EL YANKEE

 Figuur 8 – cameraman steekt eerst over en haalt natte voeten8-CAMERAMAN STEEKT EERST OVER EN HAALT NATTE VOETEN

 Figuur 9 – Koffieboer komt koffie afleveren bij PAC in El Cua9-KOFFIEBOER KOMT KOFFIE AFLEVEREN BIJ PAC IN EL CUA

 

El Yankee
geplaatst op 6 december 2013

Rond half vijf in de morgen hoor ik het eerste gestommel in de kamers naast ons. Samen met de cameraman liggen we op de vloer van de woonkamer annex voorraadschuur van Claudio Hernandez en zijn vrouw Auxiliadora. Het was te laat gisteravond om terug te rijden vanuit El Yankee naar Jinotega. Doña Auxiladora was resoluut in haar aanbod: natuurlijk blijven jullie eten en slapen. Ze begon gelijk maar de bedden uit haar slaapkamer te verslepen maar ik wist haar te overtuigen dat de ‘cheles’ ook gewoon op de grond konden slapen op onze uit Managua meegebrachte matrasjes. Maar de gastvrijheid op het platteland is moeilijk te beschrijven of op film vast te leggen, het moet ervaren worden.

ic1a5575We zijn op de boerderij van don Claudio om hem te interviewen voor de documentaire die we aan het maken zijn. Zijn boerderij is prachtig gelegen in el Yankee #2 ongeveer 45 minuten rijden vanaf Jinotega. Vanaf de houten veranda van de boerderij hebben we uitzicht op het meer van Apanas, een kunstmatig meer waar qua toerisme veel mogelijkheden liggen. Maar tot nu toe komen de toeristen meestal niet verder dan Jinotega en dat komt omdat de reisbijbel van Lonely Planet slechts sporadisch wat informatie geeft over het gebied ten noorden van Jinotega. Maar de rijkdom van de regio zit op het platteland buiten Jinotega, daar we de koffieboeren het ‘zwarte goud’ verbouwen. Maar dit jaar is er geen spraken van ‘goud’ voor de kleine koffieboer. De consument merkt niets van een koffiecrisis in een land als Nicaragua, dan maar wat meer Braziliaanse of Ethiopische koffie in ons kopje.. Het is de kleine producent die de klappen opvangt

Claudio Hernandez, midden veertig, is een ondernemende koffieboer. Hij heeft zeven hectare koffie staan maar produceert ook groenten voor de lokale markt en heeft een kasje waar hij zaden opkweekt. Daarnaast is hij de initiator en leider van een groep van ongeveer twintig boeren. Via de organisatie PAC ontvangen deze boeren aan het begin van het seizoen kunstmest en bestrijdingsmiddelen, technische advies en krediet. De geproduceerde koffie verzamelen de boeren op de ‘finca’ van Claudio van waar het doorgaat naar koffie exporteur Atlantic. Claudio en het twintigtal boeren in de groep vormen het hart van de organisatie PAC. PAC organiseert vooral, sluit de contracten af met de exporteurs, leent kapitaal bij banken en ontwikkelingsorganisaties om het systeem van productie en opkoop te laten functioneren.

Claudio is de motor achter dit boerennetwerk in El Yankee. En dat is te merken ook. Nog voor de zon opkomt, is de boerderij in bedrijf. Het is de eerste dag dat er koffie verzameld zal gaan worden bij de boeren. Onze matrasjes moeten aan de kant. We liggen op de plek waar later die dag de koffie opgestapeld gaat worden. Het schriftje komt erbij waar precies in staat hoeveel koffie iedere boer moet gaan leveren om het op krediet ontvangen kunstmest en bestrijdingsmiddelen terug te betalen. Claudio stuurt een aantal arbeiders op stap die 15km verderop bezig zijn met de verbouw van groenten. Uit de keuken klinkt gestamp. Auxiliadora is ook al voor dag en dauw bezig met het bakken van de tortilla’s op haar houtvuurtje. Alle arbeiders op de boerderij hebben recht op een bord eten. En de maïspannenkoekjes mogen niet ontbreken naast de bonen en rijst. Volgende week zal de stapel tortilla’s een stuk groter zijn. Dan zal Claudio 40 plukkers hebben rondlopen op koffieplantage achter zijn huis.

img_5663We doen een interview met Claudio al lopende over de plantage. Hij wijst op een aantal struiken die er slecht bij staan. “De productie zal laag liggen dit jaar vanwege de koffieroest (la roya) en de lage prijzen op de wereldmarkt verergeren de problemen alleen maar.” Dat heeft gevolgen voor iedereen in de keten. Er is minder werk voor de seizoenarbeiders, de handelaren en transporteurs verdienen minder en niet in de laatste plaats is het nog maar de vraag of de koffieboeren iets zullen over houden aan de productie. Boeren moeten slechte stukken plantage vervangen maar omdat er geen geld verdient wordt, hebben een aantal boeren al besloten om sommige stukken land te gebruiken voor bonen of groente.

Claudio is resoluut als ik vraag of het dan niet beter is dat PAC de kredieten kwijt scheld. “Dan gaan we terug naar af en zijn we terug in de jaren 80 – van de vorige eeuw – waarin alles altijd maar cadeau wordt gedaan. Weggeven van inputs of kwijtschelden van de schulden betekent dat de goede boer die hard wil werken benadeeld wordt. Waarom zou ik nog mijn best doen om efficiënt te zijn en het beste uit mijn land en personeel te halen?” Het valt me op dat Claudio dus niet pleit voor meer hulp maar de nadruk legt op een zakelijke oplossing. Geen hulp dus, maar handel? Het schoolvoorbeeld van hoe minister Ploumen ontwikkelingssamenwerking in wil richten?

Claudio pleit echter wel voor flexibiliteit. “Geef ons de tijd om hier uit te komen en er weer bovenop te komen.” Om die reden heeft PAC besloten een aantal kredieten te herstructureren, de betalingstermijnen zijn verlengd. Volgens Claudio is PAC de enige kredietverstrekker die dat gedaan heeft tot nu toe. Het betekent dat de boer het gegeven onderpand, zijn boerderij, niet kwijt raakt en de kans krijgt om de komende jaren uit de schulden te komen. Die keuze kost PAC geld omdat het geld vast zit bij de boeren. Maar deze ‘hulp’ van PAC is natuurlijk niet gratis. De boeren zullende komende jaren de koffie aan PAC moeten leveren om de schuld af te betalen, ook als de prijs bij andere kopers beter is. Een aanpak die tussen ‘hulp en handel’ in zit omdat handel alleen niet de oplossing biedt in deze crisis in de koffiesector in Nicaragua.

Terwij l ik dit schrijf neem ik nog een bakje koffie, met extra suiker, om de bitter smaak van de koffie wat te neutraliseren. De kans is echter groot dat de boeren hier de komende jaren vooral bittere koffie kunnen drinken. Geld voor suiker zal er niet zijn.

 

Between trade and aid: preparations
Kloetinge, December 3, 2013

Last week members in the Dutch parliament debated about the budgets for development cooperation for 2014. Normally that would not attract my attention as most political debates end up in compromises devoid of passion and ambition. However in this case the budget debate triggers me as it concerns a debate about visions and how we develop our world instead of a debate about money. And talking about money is interesting as well, especially if longstanding ideas about spending of aid money are concerned. For the first time in the short history of development cooperation (in its current form invented in the 50’s of the past century) the budget will drop to 0,7% of the GDP (the OESO agreed norm). And let’s be honest, reducing aid from 0,8% to 0,7% of GDP is nothing to worry about as the Netherlands would still continue to be one of the most generous countries in terms of aid spending.

What triggered me in the debate between the opposition parties and minister Ploumen is that the discussions were not about the budget itself but about the changes in policies. The minister decided to increase spending on trade and economic cooperation and hence reduce the budgets available for classical forms of aid. Major losers in this new policy model of the ministry are the many Dutch development organizations who have become dependent on government support.

As expected some of the more leftist opposition parties questioned minister Ploumen about her policy to focus more on aid instead of trade. Especially her policy to favor the private sector (and particularly Dutch businesses) as drivers of development has ignited a lively discussion in parliament and amongst development experts. And many questions remain after each debate with minister Ploumen of development cooperation. Will she make the archives of parliament as the minister that had to make the most severe cuts in budgets since development cooperation was invented in the 50’s? Or will she shine as the one that has been able to effectively combine trade and aid?

Though I like the discussions between development experts about these themes, as an anthropologist I would like to hear the voice from within. What does the discussion about aid and trade mean for common people in a development country like Nicaragua that has received hundreds of millions in aid the last few decades? Is more focus on trade instead of aid an really an issue for small producers in the mountains of Nicaragua? Does it change their world and way of working? In the coming two weeks I am going to find answers on the above questions. I will capture my findings in a documentary with the title ‘Between trade and aid’ which aims to show how trade and aid go hand in hand to stimulate development.

The last few days, just before leaving for Nicaragua, I have been busy exchanging ideas with the documentary maker I am taking with me on this trip. Are we only going to do one to one interviews or also group interviews? Do I want a storyteller in the documentary or have different people tell the story? Should the documentary answer questions or raise questions or maybe both? These are good questions and I am already getting excited about the interaction between professions: me as an anthropologists wanting to tell a nuanced story and the documentary maker telling me that besides nuances I need to make my point and the script should lead to this point. The preparation already teaches me that being an anthropologist does not mean I am able to make a strong documentary. Especially when I hear the amount of equipment that he takes along. Wireless microphones to capture one to one interviews, area microphone to capture group talks, different cameras for different situations, numerous lenses and an awesome amount of batteries. When the documentary maker lists the equipment he is taking along I wonder if I should tell him that in some of the villages there is no grid energy. Or, should I do as an anthropologist, accept the situation and go local and find practical solutions on the ground? In the end I decide to contact a friend I have in Managua in order to arrange a small diesel generator to take along to the villages we are going to visit.

Core to the documentary with the title ‘Between trade and aid’ is the work of the Asociación de Pueblos en Acción Comunitaria (PAC), an association of producers and individuals with the aim to bring about socio-economic development in rural areas of Nicaragua. An organization that has grown from aid dependency to an autonomous business organization assisting producers (in coffee and cacao) to develop their farms and benefit from increased global demand for these commodities. In order to make the documentary I depend to some extent on PAC staff in order to get to the villages. However I also want to make sure that I tell a balanced story about how aid and trade come together in their dealings with small producers. I am sure that it will take some balancing and operational freedom in order to include the positive and negative side of their approach in the documentary. Having the documentary maker with me will probably aid me to tell a balanced story. As I pack my stuff and do the last phone calls wit the documentary maker I am getting more and more confident that the interaction between both professions will help us to get out a strong story on how aid and trade come together in Nicaragua.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>